Even voorstellen: Laura Doornekamp, Viruskenner-coach

Even voorstellen: Laura Doornekamp, Viruskenner-coach

Nu de Technasium Top Award van start is gegaan, kunnen ook de Viruskenner-coaches aan de slag. Deze jonge (arts-)onderzoekers staan klaar om via het Viruskenner-forum vragen van leerlingen te beantwoorden. Eén van hen is Laura Doornekamp. Ze is al meerdere jaren betrokken bij Viruskenner. Hoog tijd om haar wat beter te leren kennen.

Kun je om te beginnen wat over jezelf vertellen?
“Ik heb geneeskunde gestudeerd in Maastricht. Tijdens mijn keuzecoschap, dat is een stage op een plek die je erg leuk lijkt, heb ik kennis gemaakt met de virologie in Rotterdam. Dat vond ik zo leuk dat ik betrokken ben gebleven bij Viruskenner. Eerst als coördinator en daarna als coach. Ik ben arts-onderzoeker, wat betekent dat ik een deel van de tijd onderzoek doe naar preventie van exotische virusinfecties. Verder ben ik als arts werkzaam op de vaccinatiepoli. Daar houd ik me vooral bezig met reizigers en mensen met een verminderde afweer.”

Wat vind je zo interessant aan virussen?
“Ik vind het fascinerend dat het heel kleine organismen zijn die je met het blote oog niet kunt zien, terwijl ze toch zulke grote problemen veroorzaken in de wereld. Kortgeleden waren er nog grote virusuitbraken van Ebola en Zika. Meer recent zagen we ook kleinere uitbraken, zoals die van difterie in Bangladesh, bij de Rohingya-vluchtelingen uit Myanmar. Die kun je voorkomen met vaccinaties. We kunnen nooit alle virussen de wereld uitkrijgen, en dat moeten we misschien ook niet willen, maar we kunnen met goede voorlichting wel veel terugdringen. Hoewel in veel delen van de wereld de hygiëne de laatste jaren sterk is verbeterd, is dat in andere delen helaas nog niet zo. Bovendien gaan mensen meer reizen en leven ze op sommige plekken dicht op elkaar en dichtbij dieren. Dat zijn risico’s. Dan zijn er nog factoren als klimaatverandering, waardoor er bijvoorbeeld bepaalde muggen voorkomen in Europa die er eerst niet waren. Het blijft dus belangrijk om onderzoek te doen naar virussen.”

Wat maakt het werk als Viruskenner-coach zo mooi?
“Ik vind het vooral heel leuk om te zien hoe leerlingen met de opdracht bezig zijn. Soms komen ze met heel verrassende ideeën. Ze denken nog heel vrij, terwijl mijn collega’s en ik vaak meer denken binnen de gebaande paden. Ik kan me herinneren dat er in een van de voorgaande edities van Viruskenner een groepje was dat werkte aan het norovirus. Zij waren op zoek gegaan naar behandelingsmethoden in de literatuur en ze hadden gevonden dat oregano zou helpen. Daar had ik zelf nog nooit wat over gehoord dus dat ben ik gaan checken. Ik vond inderdaad meerdere wetenschappelijke artikelen die dit bevestigden. Ik vond het heel leuk dat de leerlingen hiermee kwamen, want binnen onze afdeling wist niemand daar wat van. Leerlingen zoeken misschien op andere plekken dan wij en komen daardoor met originele ideeën.”

“Een andere reden waarom ik het leuk vind om coach te zijn, is dat je eens met een heel andere groep mensen in contact bent en anders naar het onderwerp kijkt. Op mijn werk heb ik bijna alleen maar contact met andere onderzoekers en dan zit je heel diep in het onderwerp. Door coach te zijn neem je een stapje terug en kijk je vanuit een breder perspectief naar het onderwerp. Het is ook interessant om te zien wat voor vragen de leerlingen stellen. We proberen als coaches dan om de antwoorden niet op een presenteerblaadje aan te leveren, maar om door te verwijzen naar een betrouwbare plek waar de leerlingen het antwoord zelf kunnen vinden. Zo proberen we ze ook wat te leren over het kritisch omgaan met online bronnen.”

Je hebt een wetenschappelijk artikel gepubliceerd naar aanleiding van een voorgaande editie van Viruskenner. Kun je daar wat over vertellen?
“Ik heb tijdens editie 2015 gekeken naar het effect van deelname aan het Viruskenner-project op jongeren, zowel in Nederland als in Indonesië en Suriname. Het ging dan om de verandering in kennis, attitude en gedrag van jongeren die wel en niet hebben meegedaan. Daar kwam uit dat in Nederland en Suriname de kennis van de kinderen duidelijk omhoog ging. In Indonesië bleef dat helaas nog wat achter. Er kwam ook uit dat het veranderen van gedrag moeilijker is. Hierbij gaat het om dingen die je zelf kunt doen om het krijgen of overdragen van een virusinfectie te verkleinen, zoals het gebruiken van muggenspray, het dragen van bedekkende kleding of het wassen van je handen na een toiletbezoek. Ik was in ieder geval blij om te zien dat de kennis van de leerlingen vooruit was gegaan, dat is stap 1. Daarom vragen we de leerlingen dit jaar ook weer om vragenlijsten in te vullen met als doel om te meten of er een verandering in kennis, attitude en gedrag is voor en na het project.”

Wat verwacht je dit jaar van het project?
“Ik vind het erg leuk dat er dit jaar naast de scholen in het buitenland scholen uit heel Nederland meedoen. In voorgaande jaren deden er namelijk vooral scholen uit de Randstad mee. Ik hoop dat we iedereen door middel van het digitale platform kunnen helpen. Het leuke van de vraagstelling dit jaar, waarbij de focus ligt op transmissieroutes en niet een enkel virus, is dat leerlingen nog dieper in het onderwerp kunnen duiken. Door een preventiemiddel voor een transmissieroute te bedenken, kun je bovendien wellicht meerdere virussen tegelijkertijd tegenhouden dus dat is extra effectief.”

Wat is jouw advies aan leerlingen die nu al weten dat ze een medische studie willen gaan doen?
“Als ze dat nu al weten is dat mooi, want dan hebben ze nog veel tijd om zich erin te verdiepen. Je kunt nu al allerlei dingen doen ter voorbereiding. Zo kun je bijvoorbeeld je profielwerkstuk over een medisch onderwerp doen, helpen met onderzoek of een bijbaantje zoeken in die richting. Daarnaast is het handig om mee te lopen met mensen die het werk nu al doen. Zo krijg je een realistisch beeld van het beroep en het werkveld. Daarnaast is het goed om na te denken over de gevolgen van deze keuze. Het is erg leuk om dokter te zijn, maar het is ook een drukke baan. Het is goed om je dat nu al te realiseren.”

Geplaatst op: maandag, 22 januari 2018